Gastcollege Woensdag Gehaktdag Erasmus Universiteit 13 mei 2004 Presentatie (PDF-bestand, 290 kB) (Openingssheet: Woensdag gehaktdag) Het dagelijkse leven kent vaste gewoonten. Zo stopten onze voorouders tot in het begin van de 20e eeuw op elke zondagavond de witte was in een grote tobbe met zeeppoeder. Na een nachtje weken vond vervolgens de was plaats. Vandaar de uitdrukking “maandag wasdag”. Een dag later, na het drogen van het wasgoed, werd de was gestreken. Dit verklaart de uitdrukking “dinsdag strijkdag”. Je zou denken dat “maandag wasdag” en “dinsdag strijkdag” verschijnselen uit een ver verleden zijn. Maar er is wetenschappelijk vastgesteld dat de maandag nog steeds een populaire wasdag is. Volgens het SCP doet ongeveer 30% van de huishoudens de was op maandag. In de 19e eeuw kende niet alleen de huisvrouw vaste gewoonten, maar ook de slager. Op maandag werd er geslacht, op dinsdag begon het uitsnijden van het vlees en op woensdag werden de restjes vlees verwerkt tot gehakt. De woensdag kreeg al snel de bijnaam “gehaktdag”, omdat het gehakt dan goedkoper was. Volgens mij is gehakt op woensdag nu niet goedkoper dan op andere dagen. De uitdrukking “woensdag gehaktdag” is dus achterhaald. Toch gebruikt de pers deze term nog vaak. Men doelt dan op de derde woensdag in mei, waarop de minister van Financiën naar het parlement gaat om de begroting van het afgelopen jaar te verantwoorden. De goede benaming van deze dag is “woensdag verantwoordingsdag”. Volgende week woensdag 19 mei is het weer zover. Ik zal dan in het parlement uitleggen wat er terecht is gekomen van de plannen uit de Miljoenennota 2003. Heeft het kabinet vorig jaar gedaan wat het beloofde te doen? Het wordt aanstaande woensdag waarschijnlijk spannend, omdat het begrotingsjaar 2003 moeilijk is geweest. Ik wil daarom hier alvast oefenen voor mijn optreden van volgende week. Ik zal proberen verantwoording af te leggen over het begrotingsjaar 2003. Ik zal hierbij vooral ingaan op budgettaire en economische aspecten en niet op de uitvoering van het beleid. Daarna hoop ik dat jullie mij willen voorbereiden op het Kamerdebat door mij kritische vragen te stellen. Sheet 2: Ontwikkeling EMU-saldo 2003) Het begrotingsjaar 2003 is, zoals gezegd, moeilijk geweest. Het kabinet van VVD/CDA/LPF presenteerde in september 2002 een begroting voor het jaar 2003 met een EMU-tekort van 0,5% BBP. In de maanden erna verslechterden de ramingen van het EMU-tekort in sneltreinvaart. In mei 2003 moest er in de voorjaarsnota een tekort van 1,6% BBP worden gepresenteerd en in oktober een tekort van 2,7% BBP. Het CBS heeft voor 2003 inmiddels een EMU-tekort bekend gemaakt van 3,2% BBP. (Sheet 3: Dit roept vragen op) Deze verslechtering van de overheidsfinanciën roept natuurlijk veel vragen op. Drie reacties lijken voor de hand te liggen: • Waarom zijn de overheidsfinanciën zo sterk verslechterd? • Het EMU-tekort is nu boven de 3% BBP uitgekomen. Wat betekent dit voor onze positie in Brussel? • Zijn de bezuinigingen voor niks geweest, nu we niet meer voldoen aan de afspraak uit het Verdrag van Maastricht? Tijdens mijn presentatie wil deze drie vragen proberen te beantwoorden. (Sheet 4: Economische tegenvaller) Waarom zijn de overheidsfinanciën zo sterk verslechterd? Dit komt in de eerste plaats door de tegenvallende ontwikkeling van de Nederlandse economie. In september 2002 werd er nog van uitgegaan dat de Nederlandse economie in 2002 en 2003 cumulatief met 2¼% zou groeien. Nu blijkt echter dat de economie in 2002 en 2003 cumulatief met ½% gekrompen is. De inwoners van Nederland hebben in 2002 en 2003 dus 12 miljard euro minder verdiend dan verwacht. Deze economische tegenvaller wordt vooral verklaard door onvoorziene internationale ontwikkelingen. De oorlog in Irak, de SARS-epidemie en boekhoudschandalen hebben de wereldhandel, waarvan Nederland sterk afhankelijk is, flink gedrukt. Tevens is onze concurrentiepositie meer verslechterd doordat de koers van de euro ten opzichte van de dollar sterk steeg. Ook binnenlandse factoren hebben een rol gespeeld bij de economische tegenvaller. De problemen bij pensioenfondsen hebben geleid tot premieverhogingen en koopkrachtverlies. Daarnaast daalde het vertrouwen van consumenten in de Nederlandse economie meer dan verwacht door internationale spanningen en de verslechterde arbeidsmarkt. (Sheet 5: Inkomstentegenvallers) Door de Nederlandse begrotingssystematiek leiden economische tegenvallers niet tot hogere overheidsuitgaven. De uitgavenkaders veranderen tenslotte niet wanneer het economisch tegenzit. De tegenvallers komen echter wel tot uitdrukking in de overheidsinkomsten. De overheidsinkomsten kwamen in 2003 dan ook lager uit dan verwacht. Tegenvallende winsten zorgden voor lagere VPB-inkomsten, tegenvallende consumptie leidde tot lagere BTW-inkomsten en lagere loonstijgingen leidden tot een geringere opbrengst van de loon- en inkomstenbelasting. De tegenvallende prestaties van de Nederlandse economie hebben dus gezorgd voor lagere belastinginkomsten. De belastinginkomsten vielen in 2003 echter meer tegen dan op grond van de economische tegenvaller verwacht mocht worden. Dit was vooral het geval bij de inkomsten uit de VPB en de loon- inkomstenbelasting. Met name de hogere pensioenpremies speelden hierbij een rol. Werknemers en werkgevers kunnen de betaalde pensioenpremies aftrekken van achtereenvolgens het belastbare inkomen en de fiscale winst. Daarom leidden hogere pensioenpremies tot lagere belastinginkomsten. (Sheet 6: Uitgaventegenvaller) De tegenvaller bij het EMU-saldo valt voor een deel te verklaren uit het tekort van de overige publiekrechtelijke lichamen (OPL). Deze lichamen – waartoe onder meer de gemeenten behoren – stellen hun eigen begroting op. Het begrotingssaldo van deze instellingen is rechtstreeks van invloed op het EMU-saldo van de collectieve sector. De grafiek laat zien dat het saldo van de lokale overheden in een laat stadium van de begrotingsuitvoering relatief sterk is verslechterd. Een belangrijke oorzaak hiervan is vermoedelijk dat opbrengsten uit grondverkopen in 2003 zijn tegengevallen. De resulterende tekorten van de gemeenten hebben gezorgd voor een forse tegenvaller bij het EMU-saldo. Samenvattend: diverse tegenvallers hebben ervoor gezorgd dat het EMU-tekort veel hoger is uitgekomen. Dit tekort is in 2003 zelfs boven de 3%-grens uit het Verdrag van Maastricht uitgekomen. De vraag rijst, hoe dit hoge tekort in Brussel is ontvangen. (Sheet 7: Stabiliteitsprogramma) Een dergelijk tekort wordt natuurlijk niet met blijdschap ontvangen. Er is evenmin sprake van ongeloof. De grafiek laat zien dat Nederland niet het enige land met een te groot tekort is. Frankrijk en Duitsland bevinden zich al enkele jaren ver boven de 3%-grens. Het VK heeft zich in 2003 bij dit illustere gezelschap gevoegd. Daarnaast bevinden Griekenland, Portugal en Italië zich vlak onder de grens van 3% BBP. Nederland heeft eind maart officieel aan de Europese Commissie gemeld dat de 3%-grens in 2003 is overschreden. In overeenstemming met het Stabiliteitspact stelt de Commissie nu een rapportage op over hoe het zover heeft kunnen komen in Nederland. In dit rapport zal ook aandacht worden besteed aan de maatregelen die Nederland zal nemen om het tekort te reduceren. Dit rapport zal in diverse Europese circuits worden besproken. Op 2 juni zal uiteindelijk de Raad van Europese Ministers van Financiën beslissen of er een excessieve tekortprocedure tegen Nederland wordt gestart. Dit betekent dat het Nederlandse EMU-tekort uiterlijk in 2005 onder de 3%-grens moet komen en dat het Nederlandse beleid in de tussentijd scherp in de gaten wordt gehouden. Zoals u weet heb ik bij de bespreking van de tekorten van Duitsland en Frankrijk in de Ecofin-raad ervoor gepleit om de regels van het Stabiliteitspact streng na te leven. Ik vind dan ook dat het Nederlandse begrotingsbeleid op een strenge en rechtvaardige manier beoordeeld moet worden. Ik heb er echter alle vertrouwen dat het EMU-tekort dit jaar al weer onder de grens van 3% BBP komt. (Sheet 8: Struisvogelpolitiek) Een enkel Kamerlid zal wellicht opmerken dat het kabinet geen maatregelen had hoeven te nemen, nu de grens van het Verdrag van Maastricht toch overschreden is. Met deze redenering ben ik het niet eens, al was het alleen maar omdat het Verdrag van Maastricht niet de enige – en ook niet de belangrijkste – reden van het kabinet was om maatregelen te nemen. De maatregelen van het kabinet waren – en zijn – vooral nodig om de economie in structureel opzicht te versterken en om ons goed voor te bereiden op de vergrijzing. De komende decennia stijgen de uitgaven voor de AOW en de gezondheidszorg sterk vanwege de vergrijzing. Als we willen voorkomen dat de collectieve voorzieningen onbetaalbaar worden, dan moeten we nu ingrijpen. Anders verdwijnt het perspectief op vermindering van de overheidsschuld ver achter de horizon. En we zullen uiteindelijk via schuldvermindering en daarmee verlaging van de rentelasten ruimte op de begroting moeten vrijmaken voor de stijgende AOW- en zorguitgaven. Regeringen die ervoor pleiten om bezuinigingen terug te draaien, bepleiten dan ook een korte termijn of struisvogel politiek. Het lijkt misschien aantrekkelijk om je ogen te sluiten en de problemen voor je uit te schuiven. Je kan de problemen echter ook aanpakken zodra ze zich aandienen. Ik hoop daarom op woensdag gehakt te maken van de gedachte dat de bezuinigingen onnodig zijn geweest. (Sheet 9: Grote Financiën Prijs) Dit jaar wordt alweer voor de vijfde keer de Grote Financiën Prijs uitgereikt. Als je een betoog of je scriptie over een financieel-economisch onderwerp instuurt, maak je kans op een hoofdprijs van 5000 euro en een mooi kunstwerk. Ik kan jullie alleen maar adviseren: doe eens een gooi! Je vindt meer info op onze website en er zijn ook brochures over de prijs beschikbaar. |